Ontsteking

De ontsteking is een belangrijk deel van de snelle setup. Vermogens verhoging kan alleen door hogere toerentallen gerealiseerd worden en de standaard Puch ontsteking met contactpunten haakt hier al snel af.

 

Wij maken gebruik van een zogenaamde binnenrotor ontsteking. Hierbij draaien de magneten binnen een een stel weekijzeren magneetpolen. Bij een normale Puch ontsteking werkt die precies andersom en heb je dus een vliegwiel met een grote diameter (lees : hoge roterende massa), waarbinnen de spoelen zitten die de benodigde spanning opwekken. Verder heeft deze binnenrotor ontsteking geen contactpunten meer.

 

Contactpunt ontsteking

 

Hiermee behoren zwevende contactpunten tot het verleden en kunnen met gemak toerentallen ver boven de 12.000 omw/min bereikt worden.

 

Een typische binnenrotor ontsteking zoals weergegeven op bovenstaande foto bestaat meestal uit vier basismodules.

 

  1. Het hart wordt gevormd door de binnenrotor, een aluminium deel met een aantal magneten die verantwoordelijk zijn voor een wisselend magneetveld en het ontstekingstijdstip. Aangezien de rotor uit aluminium bestaat en daarmee een stuk lichter is dan je originele ontsteking, heb je een veel betere gasreactie.
  2. Om deze rotor zit een zogenaamde stator, welke bestaat uit een weekijzeren polenpaar, een generatorspoel en een pick-up spoel (vervanger van contactpunten) voor het tijdstip. Dit deel van de ontsteking verdwijnt meestal samen met de rotor ergens onder een vliegwielkap.
  3. De CDI unit, hierover later meer.
  4. De bobine, niets meer als een transformator die door z'n wikkelverhouding van 1:100 de 250+ Volt omzet in een spanning van meer dan 25.000 Volt. Met deze spanningen valt niet te spotten en voorzichtigheid is dus ook geboden.

 

Verder kunnen er zaken als een lichtspoel en adapterplaten voor bevestiging aan het desbetreffende motorblok meegeleverd zijn.

 

Een CDI (C apacitive D ischarge Ignition) is en schakeling die opgebouwd is uit diverse elektronische componenten. In onderstaand schema is een basisvariant weergegeven.

 

De wisselspanning van de generatorspoel (Alternator) wordt eerst omgezet in een gelijkspanning middels een gelijkrichtbrug (D1). Deze spanning wordt gebruikt om een condensator (C1) op te laden die in serie geschakeld is met de bobine.

Door een zogenaamde thyristor (U1, een elektronische schakelaar welke heel erg snel kan schakelen) kan de condensator in een heel korte tijd ontladen worden. Deze puls in de primaire spoel wordt door de wikkelverhouding van de bobine omgezet in een zeer krachtige vonk. Het moment van vonken wordt bepaald door de positiesensor in de stator.

 

Middels een EPROM (een soort van computergeheugen waarin tabellen opgeslagen kunnen worden) kan een relatie gelegd worden tussen het gemeten toerental en het gewenste ontstekingstijdstip.

 

Deze curve kan vast zijn, maar er zijn ook varianten die middels een PC vrij programmeerbaar zijn.

Om het maximale uit een variabele ontsteking te halen het erg belangrijk om het basistijdstip goed af te stellen. De ontsteking meet het toerental en aan hand van de tabel in de EPROM wordt vanuit dit basispunt het benodigde tijdstip gecorrigeerd. Een verkeerde instelling zal ervoor zorgen dat het tijdstip niet juist is en kan het gewenste resultaat zo niet bereikt wordt.

 

Installatie van de HPI universele ontsteking 2004 op een Puch Maxi

 

 

Zet de cilinder op 2,3 mm voor zijn bovenste dode punt. Controleer dit zeer nauwkeurig, wijzelf gebruiken hier een meetklok voor die we in het bougiegat kunnen schroeven.

 

Monteer de rotor en de stator op die wijze dat beide merktekens overeen komen. Op de stator het 2de grote streepje van links in lijn met het merkteken op de rotor. Let hierbij vooral op de twee bolletjes naast het merkteken. Andersom gemonteerd vonkt de bougie wel, maar de minibike start niet.

 

Schroef de grondplaat en de krukasmoer stevig vast

Controleer nog even het tijdstip wanneer alles vastgeschroefd zit voordat alles achter het vliegwieldeksel verdwijnt. Stel eventueel bij door de grondplaat te verdraaien.

 

Sluit de CDI-unit aan : De 3 polige stekker aan de 3 polige stekker van de CDI, de oranje kabel aan de bobine, en de zwart/witte kabel aan het afzetcontact.

De 2,3 instelling is een gemiddelde hangt sterk af van het motortype. Om vermogen te winnen kan je proberen nog wat te spelen met deze 2,3 mm maar wees kritisch met hetgeen waar je mee bezig bent. Verkeerde instelling kan leiden tot ernstige motorische schade.